Oijen en Teeffelen

Oijen

Als je Oijen zegt dan zeg je kasteel. Het stond hier van 1300 tot 1511 en enkele van de bijgebouwen uit lang vervlogen tijden staan er nog steeds. Het zijn rijksmonumenten die inmiddels eigendom zijn van Natuurmonumenten en wellicht zijn ze in de toekomst toegankelijk voor bezoek.
Als je Oijen zegt dan zeg je ook pastoor Felet, er is een straat naar hem vernoemd en dat hebben ze niet voor niets gedaan. Hij gaf zijn laatste cent weg als hij het nodig vond. Hij zorgde voor werk in een door hem opgerichte mandenmakerij in een tijd dat de Oijenaar elders geen droog brood kon verdienen. En hij was de meest fanatieke katholiek die we hier gekend hebben. Zag hij je met protestantse kinderen spelen dan nam hij zich hoofdschuddend voor toch eens met je ouders te gaan praten.
Als je Oijen zegt, dan zeg je ondernemers. Er zaten maar liefst vier bakkers: Klaas van Hoorn, Frits van Mook, Jan van de Ven en Pietje van Oss en ze hadden allemaal klanten genoeg. De moeder van Pietje van Oss, Drika Baggermans, was al in de negentiende eeuw begonnen met een winkel en via haar dochters zette haar kleinzoon die tot ver in de twintigste eeuw voort.
Als je Oijen zegt, dan zeg je rijksmonument. Er staat een klein Lodewijkskerkje aan de dijk dat tot de best geconserveerde in Nederland behoort.
Als je Oijen zegt, zeg je: verenigingsleven, want korf- en voetbal gaan hier gebroederlijk samen, er is een internationaal bekende showband DIOS, er is een Carnavalsvereniging en de jaarlijkse truckrun voor gehandicapte kinderen komt uit de koker van Oijense mensen. Maar je zegt ook, kostschool, nonnen, St. Servatiuskerk, mandenmakerij, verzorgingshuis St. Jozef met zijn prachtige oude kapel, om er enkele te noemen.

 Bouwen aan de toekomst, ook dat is Oijen, er zijn grootste plannen voor een nieuw dorpsplein en wie de oude ansichten van deze omgeving bekijkt zou  weemoedig kunnen worden. Wat was het hier vroeger mooi!  De weemoed nemen we niemand af, de hang naar vroeger mag er zijn. Maar even zo groot mag het vertrouwen in de Oijenaren zijn. Want een nieuw dorpshart kun je aan ze overlaten.  Ze hebben er in groepen over vergaderd en aan gewerkt in samenwerking met de gemeente. Over honderd jaar kijken mensen naar ansichten van het nieuwe dorpshart uit deze tijd en ook dan zal iemand verzuchten: wat was het hier vroeger mooi!

Teeffelen

Het kleine dorp is van verschillende kanten benaderbaar. Vanaf de dijk bij Oijen naar beneden en rechtdoor naar Teeffelen, heb je een prachtig uitzicht op het dorp. Bij toeristische trekpleisters staat er dan zo’n bordje dat dit een mooi punt is om een foto te maken. Via de andere kant, vanaf het transformatorhuisje aan de Kennedybaan kom je uit bij het kleine Mariakapelletje dat pastoor Van Sleeuwen er liet oprichten na zijn 40-jarig priesterjubileum in 1944. Het kleine Teeffelen had zoveel geld bij elkaar gebracht, dat haar herder er niet alleen een Mariakapelletje van kon laten bouwen maar ook een Heilig Hartbeeld, dat nog steeds bij de oprit naar de kerk staat. Grenzeloos vertrouwen had hij in de goede afloop van de oorlog. En Teeffelen bleef dan ook zo goed als gespaard. De enige beroering die er in de oorlogsjaren was, had te maken met de aanwezigheid van evacués, waarmee het dorp na de oorlog een innige band bleef onderhouden.

De geschiedenis van Teeffelen gaat terug tot in de IJzertijd, getuige de archeologische vondsten die hier werden gedaan. Ook Romeinen moeten hier geleefd hebben: uit die periode (ca 400 na Christus) zijn er munten gevonden en restanten van houten gebouwen met een agrarische functie. In de negentiende en twintigste eeuw werden hier grote boerderijen gebouwd, waarvan enkelen nu op de rijksmonumentenlijst staan. Maar ook in andere opzichten heeft Teeffelen een rijke geschiedenis. Omdat het in 1648 behoorde tot het Graafschap Megen, mocht hier de Katholieke godsdienst nog steeds worden uitgeoefend, waardoor het dorp grote aantrekkingskracht had op katholieken uit de wijde omgeving. Het tufstenen kerkje, dat al spoedig te klein werd, werd – op de toren na – in 1657 vervangen door een grotere kerk. Ruim twee eeuwen later in 1885 werd deze kerk ommanteld in neogotische stijl. De sarcofaag die in de Teeffelse kerk staat is zeer oud. Mogelijk uit de Merovingische tijd (500 tot 800 na Christus) maar hij kan ook middeleeuws zijn (1000-1200). De kerk speelt in Teeffelen in een belangrijke rol door de hele geschiedenis. Zo bekostigt de kerk tussen 1550 en 1885 een eigen school voor het dorp en blijkt uit oude documenten dat het Benedictuskoor al meer dan driehonderd jaar bestaat. Geen wonder als je leden zo trouw zijn als de gebroeders Wout en Andries van der Heijden, ze zongen hun leven lang bij het kerkkoor en Wout bespeelde meer dan 50 jaar het monumentale Van Deventerorgel in de kerk.

Zo klein als het dorp was, ze hadden een eigen baakster, Dien van de Laar die samen met haar man Piet een kruidenierswinkel runde aan het straatje bij de schutskooi. Hun pleegdochter Kee zette later het winkeltje voort, maar zoals op veel plaatsen verdween ook hier het winkeltje uit het dorpsbeeld.

Meer verhalen over Oijen en Teeffelen, zoals eerder verschenen in ons blad De Maaskroniek.

Advertenties