Lith

De Maas ligt langs dit dorp. Zij komt er naar toe gestroomd. Zij vloeit er vriendelijk langs. Zij buigt zich er weer vanaf. Zij ligt in de blanke boorden der verzandingen in hare bochten, in het fluwelen groen van vlak gevlijde uiterwaarden, tussen de welige ruigten der grienden. Een stomertje trekt tegen stroom op. Een schokker ligt pal stil verankerd boven zijn spiegelbeeld, waar trillende rimpels in slaan. De kribben van basalt steken in het water, in de verte ligt een schuit, en over het water gaat nadrukkelijk het verre geratel der kettingen en kabels van het kalme, platte veer, waar mensen stil op staan en een klein paard droomt voor de stille kar. Het dorp ligt achter de dijk, het ligt met een straat, met een lange rij huizen hoog op de dijk. Een spits kerktorentje steekt boven de daken en boven de bomen uit. Een vrouw draagt moeilijk een zware wasmand de uitgelopen treden in de dijkhelling af. Zij gaat haar was bleken.

Zo luiden de eerste zinnen uit het boek Dorp aan de rivier van Antoon Coolen. Ze beschrijven een Idyllisch Lith in de vroege dertiger jaren.

Zo mooi als het er toen was, is het nog steeds. Wel is Lith wat groter geworden en ligt er tegenwoordig een groter veer in de Maas. De karren zijn vervangen door moderner materieel en paarden dromen tegenwoordig in de wei of in de manege. De was wordt allang niet meer gebleekt aan de Maas, en waar eens de kinderen van hoofdpersoon Tjerk van Taeke stonden te kijken hoe Sjef de smid een paard besloeg, rijden nu auto’s en liggen er grote terrassen in de zon.  Het klooster van de zusters, waar Grada de Jong en Nellij de Goeij naar school gingen, is inmiddels verdwenen, evenals het patronaatsgebouw. Toch is het hart van Lith ongeëvenaard. De kiosk staat er nog altijd en als dit bouwwerk kon praten, zou het u vertellen van prachtige muziek, van flirtende pubers, spelende kinderen, van kermissen, processies en Sinterklaasintochten, van de bakfietsenrace en van de creatieve jeugd die al jarenlang de naam Lith op de culturele kaart zet met zang, cabaret en een heuse Lithse Revu.
Het Marktplein van Lith ligt er inmiddels meer dan 650 jaar. In oktober 2009 werd er een speciale Maaskroniek gewijd aan – zoals het in goed Liths heet – ’t Mèrtvèld. De Lithse troubadour Noud Bongers schreef er speciaal een lied voor en een hele dag lang waren Marktplein en Antoon Coolenplein het toneel van middeleeuwse spelen en andere activiteiten.
 Zoals ieder dorp kent ook Lith een aantal markante mensen. Zo kennen we directeur Willem Janssen van de boten, die als motto had “Mond dicht, of ge gaat den dijk op.” Jan Smits Sr. van Autobusdiensten de Maaskant, die voor de duvel niet bang was en voor de burgemeester al helemaal niet. We hebben hier onze eigen Willem Ruijs gehad en zelfs nu nog hebben we het hier vaak over Tinus de smid en zijn vader Sjef. En niet te vergeten dokter Jacob Wiegersma die wijd en zijd bekend was. Hij en zijn zoon waren het die Antoon Coolen inspireerden tot het schrijven van het boek Dorp aan de rivier. Maar er zijn er veel meer, waarover we hier in de toekomst met graagte zullen vertellen.

Meer verhalen over Lith, zoals eerder geplaatst in ons blad De Maaskroniek. 

Advertenties