Alem, Maren en Kessel

Ze waren drie kleine zelfstandige gemeenten aan het begin van de negentiende eeuw en werden in 1819 samengevoegd tot Alem c.a. Mooie dorpen aan de dijk op de Brabantse oever van de Maas. Compact en overzichtelijk, zoals je ze nu nog wel aantreft op het Franse of Italiaanse platteland. De burgemeester op laarzen, een snelle koffie in het dorpscafé voordat er geoogst gaat worden, en dan naar het land. Maar ook in vol ornaat ter plaatse als het nodig is. En een vlammende toespraak bij elke officiële gelegenheid in het dorp. Of het echt zo romantisch is geweest, weten we natuurlijk niet. Toch moet het ook in die tijd al grootschaliger, want in 1819 worden de drie dorpen dus samengevoegd tot één gemeente: Alem c.a. De afkorting staat voor cum annexis, wat erbij hoort, ’t Wild, Maren en Kessel dus.
Hoewel Willem I sinds 1815 op de troon zit, en de Fransen allang weer ons land hebben verlaten, handhaaft de regering een aantal wetten die onder de Fransen werden aangenomen. Zo blijft de burgerlijke stand bestaan en is het hebben van een achternaam voortaan verplicht.

Aan het begin van de 20e eeuw komt er een nieuw raadhuis aan de Marense dijk. De Commissaris van de Koningin, Mr. A.E.J. baron van Voorst tot Voorst, die alle gemeentes in zijn werkgebied periodiek bezoekt, schrijft op 15 april 1910 in zijn dagboek:

Ik werd door B en W ontvangen op het nieuwe raadhuis dat te Maren aan de buitenzijde van de Maasdijk staat en er zeer goed uitziet: onder een Raadszaal, een kamer waar de Secretarie is en nog een kamer die nog niet in orde was; boven een zolder met een beschoten dak waar meerdere, los van de muur en het dak staande grote kasten getimmerd waren tot berging van het oud archief.
(…..) Het raadhuis kostte ruim F. 5.000,–. (…..) Burgemeester Koopmans woont in Kessel, wethouder Van Oorschot in Maren, wethouder Van Thiel te Het Wildt. Van de 4 andere raadsleden wonen er twee in Alem, een in Maren en een in Kessel.

Het raadhuis zal niet alleen dienst doen als gemeentehuis. Ook bijvoorbeeld het baby- en kleuterconsultatiebureau vindt er later onderdak, zo weten we uit de overlevering.

 In de vroege jaren dertig heerst er grote bedrijvigheid langs de Maas tussen ’t Wild en Alem. In het kader van de Maaswerken zal de bocht in de rivier die om Alem heen loopt worden ‘rechtgetrokken’.  Het klinkt logisch want het zal de scheepvaart zeer ten goede komen. Tegelijkertijd zal het grote impact hebben op deze kleine gemeenschap. Door het nieuwe stuk Maas vanaf ’t Wild tot Maren, wordt Alem afgescheiden van de rest van de gemeente en ligt het ineens op de Gelderse oever. Bovendien moet zowel bij ’t Wild als tussen Alem en Maren een aantal huizen en boerderijen plaats maken voor dit indrukwekkende project. Voor de werkgelegenheid is het in elk geval een tijdelijke opsteker en aanvankelijk tillen de inwoners er niet zo zwaar aan. Er zal wel een brug komen of zo, want tenslotte vormen de dorpen samen een gemeente, toch?
Daar denkt de overheid anders over. Een oude regel bepaalt dat het midden van de Maas de grens vormt tussen twee provincies en daarmee is de kous af. Hoe welbespraakt en strijdlustig burgemeester Smits ook is, hoeveel steunbetuigingen hij ook krijgt, het mag allemaal niet baten. De gemeente zal uiteindelijk in 1958 – twee jaar na het aftreden van burgemeester Smits – worden opgedeeld: Alem gaat naar de gemeente Maasdriel, ’t Wild en Maren-Kessel gaan naar de gemeente Lith.

Meer verhalen over ’t Wild, Alem, Maren en Kessel, zoals eerder geplaatst in ons blad De Maaskroniek.

Advertenties